Als de mens van huis is, dansen de katten op tafel
- onceaweeknl
- 17 okt 2021
- 3 minuten om te lezen
Zoals elke morgenochtend zit ik met mijn luie kont in de vensterbank. Het is nog vroeg, want de zon komt nog maar net op. Achter de gordijnen is het vanbinnen nog steeds nacht. Terwijl ik naar buiten tuur, zie ik mijn buurman al jagen op een stel merels in de bosjes. Altijd bezig voor zijn eigen voedsel. Zijn mensen schijnen hem geen lekker eten te geven. Of hij is gewoon kieskeurig.
Ik kijk toe hij zijn eerste poging mislukt en opeens begint mijn buik ook naar eten te vragen. Dat krijg je ervan als je aan eten denkt. Er is geen tijd om langer te wachten, ik wil mijn dag beginnen. Zouden zij ook eens moeten doen. Van de vensterbank spring ik op de bank, en van de bank ren ik naar het bed. Door het feit dat ze naast ademhaling en licht gesnurk niet veel leven tonen, lijken ze zich nog diep in dromenland te bevinden. Maar niet voor lang meer als het aan mij ligt.
Zoals altijd krijgen ze dezelfde opvoering als gewoonlijk. Ik geef kopjes aan ze, miauw zo irritant mogelijk en bijt zachtjes in hun tenen. Ook dit keer duurt het opstaan moeilijk en zijn ze niet in hun beste bui. Maar in ieder geval zijn ze wakker. En kan ik mijn eten krijgen.
Na mijn ontbijt duurt het niet lang meer voor het hele gezin van huis is. En dat betekent dat de katten op tafel gaan dansen.
Ik sprint naar buiten en ga langs elk huis van mijn vrienden. Iedereen is welkom en we gaan feesten en proosten op onze vrijheid als de mensen zich op hun werk en school begeven.
Eenmaal thuis drinken we mijn duurste melk, en genieten we van de snoepjes die ze ergens verstoppen waar ik stiekem de locatie van weet. Ze zullen denken dat ze gewoon op zijn en halen nieuwe snoepjes, daar heb ik dan helaas geen informatie over.
Een paar uur later liggen we met onze volle buiken op het dak van mijn huis. De zon schijnt tussen de wolken door. En ook al eten we ze regelmatig, toch kunnen we genieten van het gezang van de vogels.
Voor even was het rustig, totdat ik het bekende motorgeluid hoorde van de auto van mijn mensen. Ze zijn hier! Ik raak in paniek. Wat ben ik een oen. De tijd is me voorbij gevlogen. Na een aantal seconden besef ik dat het binnen een troep is. We hebben letterlijk op de tafel gedanst. Beter dan de muizen doen.
Dat is nu niet belangrijk. Ik heb een probleem, straks verlies ik ze. Straks verlies ik mijn thuis. En ik wil mijn dure melk niet missen. Ik wil niet missen hoe ik ze elke ochtend wakker maak. En stiekem wil ik dat ze mij voor altijd knuffelen. Totdat ik een bejaarde kat ben geworden. Dit is mijn thuis, hier wil ik voor altijd blijven. Bij vrienden wonen is geen optie, de mensen schoppen mij eruit. Op straat leven weiger ik.
āHey, luister!ā Fluister ik naar iedereen. āWegwezen, nu! Ik moet gaan.ā
Iedereen rent gauw weg en is in no time verdwenen. Voorzichtig ga ik via het luikje naar binnen. Het is erg stil. Ik hoorde het toch wel goed? En ik hoorde overduidelijk het slot open gaan. Zijn ze misschien gelijk naar boven gegaan? Hebben ze de rommel in de woonkamer nog niet gezien?
Als een dolle hond begin ik met het opruimen van alle melkresten en kruimels van het eten. Als ik net op het aanrecht sta, hoor ik de deur richting de woonkamer open kraken. Snel doe ik alsof ik uit de gootsteen lik. Direct wordt ik stevig opgepakt.
āOh Murphy! Ik dacht dat je misschien iets was overkomen! Het is hier een bende! Waarschijnlijk weer ƩƩn van de katten die je pesten hĆØ?ā
Een aai over mijn bol en alles is weer goed.



Opmerkingen