Eén plus één is drie
- onceaweeknl
- 27 jun 2021
- 3 minuten om te lezen
Bijgewerkt op: 4 jul 2021
Het is een kwartiertje voor sluitingstijd, en zo te zien loopt er nog één klant in de winkel rond te snuffelen. Met een geïnteresseerde blik tuurde hij naar alle reuze schermen van de televisies.
‘Hey, Bram. Sluit jij de winkel af? Ik ga alvast weekend vieren.’
Mijn collega liep al richting de uitgang, dus eigenlijk had ik al geen keus. Ik knik naar hem, en glimlach nep. ‘Ja, tuurlijk. Geen probleem.’
‘Thanks, man. Later.’ En binnen no time is hij de deur uit.
Ik slaak een zucht. Ik kijk richting de man die nog steeds onze televisies aan het bekijken is. Eerst maar even laten weten dat we gaan sluiten.
Nadat ik het bordje had omgedraaid naar ‘gesloten’ loop ik weer terug. Nadat ik de laatste klant van de dag had overgehaald om de duurste televisie aan te schaffen, begon ik maar gelijk met opruimen. Ik wou ook graag mijn weekend beginnen.
Nadat de winkel op slot en grendel zat, ging hij op weg naar huis.
Het was een frisse zomeravond, maar met het t-shirt en mijn spijkerjack die ik aan had was het nog goed te doen.
Nog vijf minuten van mijn studio vandaan, liep ik door het park vlakbij huis. Langs het kleine meertje en dezelfde zwerver die lag te slapen op hetzelfde bankje als altijd.
Aan de rand van het park, hoorde ik naast het gezang van de vogels, ook ineens het geluid van een kat. En zo te horen was het er toch meer dan één.
Met gespitste oren probeerde ik te luisteren waar het geluid vandaan kwam.
En na een minuut vond ik een kartonnen doos, verstopt in de struiken. De doos was dichtgeplakt en hier en daar waren grote gaten gemaakt. Zo konden ze niet ontsnappen. Ik open gelijk de bovenkant van de doos en maak het gehaast open.
Het waren drie kittens, met elk een andere kleur. En opeens schoten de herinneringen weer naar boven, naar mijn oude kat een paar jaar geleden is overleden.
Eentje probeerde gelijk uit de doos te klimmen, de ander probeerde hem of haar na te doen, en de derde zat in een hoekje, met zijn ogen dicht.
Ik duwde de twee zachtjes naar beneden en sloot de doos weer. En zonder na te denken, nam ik ze mee naar huis.
Bij de voordeur aangekomen, probeerde ik mijn sleutel te vinden. Mijn buurman kwam net de deur uitgelopen. ‘Wat heb jij daar?’ Vroeg hij nieuwsgierig. Eventjes bleef het stil. De buurman trok zijn wenkbrauwen omhoog. Toen verscheen het gezicht van één van de kittens bovenuit de doos. Bram vloekte onverstaanbaar. ‘Ik hoop niet dat ze van jouw zijn.’
Ik moest hardop lachen. ‘Nee, tuurlijk niet. Ik heb ze net gevonden. Ik bel zo de dierenambulance.’ Vertelde ik. ‘Wat goed, waar heb je ze gevonden?’ Ik opende de deur nadat ik mijn sleutel had gevonden en greep de kittens weer in mijn handen. ‘Ik vond ze bij het park, erg sneu.’ En ik liep naar binnen.
Ik zette de doos in de woonkamer. Ze miauwde alle drie als een gek en gelijk opende ik de kartonnen doos. Één voor één sprongen ze eruit. De roodharige begon gelijk aan zijn avontuur en begon alles te gaan bekijken. De zwartharige probeerde op de bank te springen, wat nog geen succes was. En de kitten met zijn witte wacht, had gelijk mijn bureaustoel gevonden en begon daar aan een dutje.
Ik belde de dierenambulance, en liep te ijsberen door de gang. Een oud paar schoenen lagen te verstoffen in een hoekje. Ik pakte er eentje en blies het stof ervan af. De schoenen belandde op de vloer van de woonkamer en al snel werd het de slachtoffers van de geweldige, toch aandoenlijke, kittens. Ze maakte me aan het lachen.
‘Hallo, u spreekt met Linda van de dierenambulance Utrecht. Waar kan ik u mee helpen?’
Ik schrok.
Ik keek naar de kittens die met mijn schoen aan het spelen waren, en met elkaar. Alsof ze de tijd van hun leven hadden.
‘Uhm ja… nee-’
‘Sorry, verkeerd nummer.’
Ik glimlachte. Maar die glimlach verdween al snel. ‘Shit, wat heb ik gedaan?’

Opmerkingen